Misschien ben ik een lafaard. Binnenshuis heb ik het vaak geroepen, maar, ik geef toe, niet al te publiek. Want hoe ga je in je eentje in tegen de massa. Ik zei altijd een beetje laf: “Ik ben geen activist.” Maar misschien bedoelde ik wel te zeggen: “Ik ben te bang.”

Waar ging ik niet openlijk tegenin? Tegen de overtuiging dat ‘welzijn’ is waar we voor moeten zorgen in de langdurige zorg. En natuurlijk ben ik het niet oneens met het idee dat mensen in de langdurige zorg zich ‘wel’ moeten kunnen voelen. Alleen, in mijn overtuiging, gaat het bij ‘wel’-zijn om een persoonlijke behoefte. En dat miste ik vaak. Die behoefte(n) van de betreffende cliënt(en) in het nastreven van dat ‘welzijn’.
Ik heb een oudere vriendin gehad die redelijk jong ging dementeren. Ze kwam op een zorgboerderij te wonen. Een plek die als heel goed werd aangeschreven. Ik ben een paar keer bij haar op visite geweest. Ze had een slaapkamer die duidelijk alleen voor de nacht was bedoeld. De rest van de dag bracht ze door met een acht- tot tiental onbekenden rond een grote tafel in een woonkeukenachtige omgeving.  Dat moest leuk zijn. Maar al die prikkels om haar heen zorgden er voor dat ze steeds bezig was. Dat zat in haar aard. Zorgen. Dat werd als positief gezien. Ik had daar zo mijn twijfels over. Het leek me doodvermoeiend. Zeven dagen in de week, nooit een dagje vrij. Ik moet er niet aan denken. Ik heb juist die dagen dat er geen beroep op me gedaan wordt nodig om bij te komen. Zo ben ik ook vaak in zorginstellingen geweest, waar alsmaar leuke dingen werden gedaan om de bewoners aangenaam bezig te houden. Ik dacht vaak: laat ze met rust! Maar ja, het was altijd gedreven door goede bedoelingen en die zijn verdomd lastig ter discussie te stellen.

En nu las ik in de nieuwsbrief van ‘Radicale Vernieuwing Verpleeghuiszorg’ dat in verpleeghuis Archipel de gebruikelijke dagbestedingsactiviteiten door Corona niet langer door konden gaan. Men ging de afdelingen op om daar ter plekke ‘dagbesteding’ te bieden. Wat bleek? ‘Wat we onder andere zagen, was dat sommige bewoners die bij een club zaten door alles wat daar gebeurde overprikkeld raakten. Toen de huizen op slot gingen, werden ze veel rustiger. Ze bleven op de afdeling, kregen minder prikkels, kwamen tot rust en zaten beter in hun vel.’

Mijn oproep: Meer is niet altijd beter. Laat ze ook gewoon eens met rust!

Lineke Verkooijen
© 2021 Stichting Academische Verpleeg(t)huiszorg Nederland