Vakantie. Heerlijk. Tijd om te lezen. Zoals ik, op dit moment, in Zuid Frankrijk. Het boek ‘Troost’ van Michael Ignatieff ligt op mijn schoot. Af en toe pak ik een hoofdstuk en lees de mooiste zinnen en overdenkingen, die mij inspireren tot doordenken. In deze blog wil ik een paar van deze zinnen delen.
Het woord ‘troost’ riep bij mij in eerste instantie een wat verjaard religieus beeld op. Maar: De uitdaging van troost in deze tijd is de tragedie doorstaan, zelfs als we er geen betekenis aan kunnen geven, en in hoop te blijven leven (p.16).

Tragedie is een onlosmakelijk onderdeel van het leven. Ieder mens komt in het leven zijn eigen tegenvallers tegen. Op dit moment bemerk ik in de samenleving weinig aandacht voor de mogelijkheid dat zo’n tragedie blijvend is. Zoals ook te herkennen in ons denken over ziekte of beperkingen. Met centrale aandacht voor positieve gezondheid, steun vanuit het sociale netwerk, preventie en technologie zijn we vooral gericht op het voorkomen of op z’n minst het verkleinen ervan. Maar: Grote tegenvallers leren ons ook dat we moeten beseffen dat de wereld niet eerlijk is en dat, in het grote domein  van de politiek en de kleinere wereld van ons persoonlijk leven, rechtvaardigheid wreed buiten ons bereik kan blijven (p. 19-20).

Soms overkomt je het domweg. Je hebt blijvend zorg nodig. Dat is de tragedie van het ouder worden, van onze sterfelijkheid, van ons menszijn. Als we die ontkennen, ontkennen we wie we zijn. En: Troost vinden is, simpelweg, vasthouden aan de liefde voor het leven zoals het is, in het hier en nu (p.16).

Al lezende vroeg ik me af wat de rol van zorg is bij het vinden van troost. Het antwoord vond ik op pagina 254. De meest helende troost kan woordeloos zijn: Je moest gewoon naast het bed zitten en iemands hand vasthouden, water geven, schone kleren aantrekken, verschonen en proberen het lijden te verlichten. Dat was de enige troost die ertoe deed.

Dat is wat verzorgkundigen in verpleeghuizen dagelijks doen: Troost bieden via het tijdelijk of blijvend overnemen van die activiteiten van een cliënt die hij of zij normaal gesproken zelf doet (eventueel met hulp van zijn/haar sociaal netwerk en/of hulpmiddelen) en indien mogelijk de cliënt helpen deze ADL-activiteiten geheel of gedeeltelijk weer zelf op te pakken.

Het wordt tijd dat we dit prachtige vak weer de plek geven in onze samenleving waar dat hoort!

Lineke Verkooijen
© 2022 Stichting Academische Verpleeg(t)huiszorg Nederland