‘Wat is Verpleegkunde?’, vroeg ik aan studenten verpleegkunde. Ik geef soms cursus aan studenten van het mbo of hbo. Wat is Verpleegkunde? Daar moesten ze lang over nadenken. Ze konden zich niet herinneren over deze vraag ooit les te hebben gehad. Een echt antwoord kwam er dan ook niet. Dus besloten we het op te zoeken op internet.
Op de vraag ‘Wat is Verpleegkunde? hadden de eerste drie resultaten betrekking op de vraag Wat is een verpleegkundige? Het samengevatte antwoord luidde: ‘Een verpleegkundige is iemand die verpleegkundige zorg verschaft aan de patiënt. Tot deze zorg behoren onder andere persoonlijke verzorging, verpleegtechnische handelingen en begeleidende taken. Een verpleegkundige richt zich vooral op de gevolgen van een ziekte, een verpleegkundig specialist richt zich daarnaast ook op de ziekte zelf. Een verpleegkundige is iemand die werkt in een ziekenhuis, een verzorgtehuis of langs mensen thuis gaat.’


Slechts één van de resultaten van de eerste pagina gaf antwoord op de vraag ‘wat is verpleegkunde?’. Dit resultaat bestond uit drie definities:
  1. Verpleegkunde = verpleging;
  2. Verpleegkunde =  de (wetenschappelijke) kennis en vaardigheden met betrekking tot het verzorgen en beter maken van zieke mensen;
  3. Verpleegkunde = het bestuderen en de praktijk van het zorgen voor en helpen van zieken, gewonden of anderen die niet in staat zijn om voor zichzelf te zorgen of om te gaan met hun specifieke medische behoeften.
Ik vraag me af hoeveel mensen nu een helder beeld hebben van wat verpleegkunde is (identiteit) en waar die voor staat (zingeving). Het heeft iets met (ver)zorgen te maken. Maar wat maakt dat zorgen anders dan bij alle andere beroepen in de zorg? Ik denk dan ook te begrijpen waarom de studenten geen antwoord hadden. Een antwoord is/wordt hen nooit aangereikt.

Verder speuren op internet leverde een proefschrift op over verpleegkunde/verzorging in de periode 1955-1988. Een proefschrift van Koos Duivesteijn-Ockeloen over de zoektocht naar het wezen en de identiteit van de verpleegkunde in deze periode, die eindigde met een eerste Verpleegkundig Beroepsprofiel (1988). Zelf begonnen in 1974, herinner ik me dat nog goed. Dat was een mijlpaal. We deden er toe! Er was sprake van zingeving.

Ik denk dat we inmiddels helaas weer verdwaald zijn. De salarissen moeten omhoog. Maar hebben verpleegkundigen en verzorgenden voldoende legitimiteit? Weet de samenleving voldoende waarvoor ze precies betalen? En hoe zit het met de motivatie voor het vak? Komt het gebrek aan verpleegkundigen/verzorgenden niet mede door het gebrek aan identiteit en zingeving?

Het proefschrift biedt overigens prachtige inzichten voor een hernieuwde zoektocht. Zo was ik de visie van mevrouw van der Brink-Tjebbes helemaal vergeten. Maar wat zegt ze boeiende dingen. En zoals Margreet van der Cingel in haar lectorale rede betoogt: 'Je kunt pas bepalen hoe je je verder wilt vormen, wanneer je weet waar je vandaan komt.'

Wie gaat de uitdaging mee aan?

Lineke Verkooijen
 
© 2021 Stichting Academische Verpleeg(t)huiszorg Nederland